vervolging

VR 2026/136 Vordering schadevergoeding voor autoschade na politieachtervolging.

Jurisprudentie

Op 10 januari 2024 reed gedaagde A in een auto van eiser X terwijl zijn rijbewijs was geschorst. Toen de politie hem een stopteken gaf, is A gevlucht. In zijn vlucht is A tegen twee geparkeerde voertuigen gebotst. Hierdoor ontstond schade aan zowel de auto van X als aan de voertuigen van derden. X vordert daarom van A een schadevergoeding. A verweert zich met de stelling dat de auto via een verhuurbedrijf was gehuurd door zijn vriendin, dat reeds huurbetalingen waren verricht en dat zijn aansprakelijkheid contractueel was beperkt. De kantonrechter oordeelt dat A toerekenbaar onrechtmatig heeft

VR 2026/133 OM niet-ontvankelijk. Vertrouwensbeginsel. Rijden onder invloed van medicinale cannabis. Wel veroordeling rijden zonder geldig rijbewijs.

Jurisprudentie

Verdachte is in 2025 driemaal op het politiebureau geweest voor het rijden onder invloed van cannabis. Uit bloedonderzoek bleek dat het THC-gehalte hoger was dan de wettelijke grenswaarde: 7,0 microgram per liter bloed in zaak 1, 9,1 microgram in zaak 2 en 6,9 microgram in zaak 3. De verdediging voert aan dat het openbaar ministerie in deze drie zaken niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat bij verdachte het vertrouwen is gewekt dat zij niet zou worden vervolgd. Verdachte gebruikt cannabis op doktersvoorschrift en het CBR heeft haar, hoewel het met dit cannabisgebruik bekend was

VR 2023/31 De ontwikkeling van automatische nummerplaatherkenning voor opsporingsdoeleinden in Nederland

Artikel
VR2023-3_illu
Zowel publieke als private organisaties maken in Nederland gebruik van camera’s langs de weg om het verkeer te monitoren. Zo beheert Rijkswaterstaat 3.000 camera’s om verkeersstromen te monitoren langs wegen, tunnels en bruggen. De politie, de Koninklijke Marechaussee (KMar) en het Openbaar Ministerie (OM) gebruiken soortgelijke camera’s voor opsporings- en handhavingsdoeleinden. Deze camera’s kunnen automatisch kentekens herkennen van passerende voertuigen, zodat bijvoorbeeld trajectcontroles kunnen worden uitgevoerd of voortvluchtige personen kunnen worden aangehouden. Tot 2019 was het gebruik van deze camera’s beperkt tot het registeren van een overtreding of het registreren van een voertuig dat gesignaleerd stond. Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om met deze camera’s kentekengegevens van alle passerende voertuigen voor een periode van vier weken op te slaan en aan opsporingsambtenaren die het onderzoek uitvoeren te verstrekken. Zij kunnen daarnaast een foto van het voertuig ontvangen. De inzittenden van het voertuig moeten door een daartoe geautoriseerde opsporingsambtenaar onherkenbaar worden gemaakt. Op basis van het nieuwe artikel 126jj Wetboek van Strafvordering (hierna 126jj) kan de politie deze gegevens inzien ten behoeve van de opsporing van een misdrijf of van voortvluchtige personen. De wet is na invoering gemonitord en geëvalueerd. De wet was op het moment van inwerkingtreding tijdelijk van aard, maar is mede op basis van de resultaten uit de evaluatie permanent geworden. In het onderhavige artikel wordt ingegaan op de ontwikkeling van automatische nummerplaatherkenning in Nederland, de achtergrond en juridische aspecten van de nieuwe wet en ten slotte op de belangrijkste bevindingen uit de evaluatie.

VR 2020/15 Rijden onder invloed. Recidive. Beoordeling rijvaardigheid.Ontvankelijkheid in de vervolging.

Jurisprudentie
Op zich levert het feit dat een bestuurder zich zowel bestuursrechtelijk aan een onderzoek naar de rijgeschiktheid door het CBR moet onderwerpen als strafrechtelijk wordt vervolgd, geen vervolgingsbeletsel op. In casu is echter het onderzoek naar de rijgeschiktheid al geheel succesvol afgerond voordat het Openbaar Ministerie besluit tot vervolging dan wel deze voortzet, terwijl daarbij vaststaat dat die vervolging van rechtswege zal leiden tot verval van de geldigheid van het rijbewijs zonder dat daarbij door het Openbaar Ministerie of de rechter rekening kan worden gehouden met de

VR 2018/171 Ontvankelijkheid. Vervolging. Gevaar veroorzaken. Richting voorsorteerstrook
niet volgen. Mobiele telefoon.

Jurisprudentie
De omstandigheid dat de verbalisanten de verdachte hadden aangezegd dat zij proces-verbaal zouden opmaken ter zake van enige verkeersovertredingen neemt niet weg dat zij later, na raadpleging van de registraties van de verdachte waarin diverse registraties ter zake van verkeersovertredingen en verkeersonveilig gedrag stonden, proces-verbaal ter zake van art. 5 WVW 1994 mochten opmaken.De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gevaarlijk rijgedrag. Hij heeft als bestuurder van een auto onder andere door een rood verkeerslicht gereden, tijdens het rijden een mobiele telefoon vastgehouden,