motorvoertuig

VR 2026/147 Verkeersongeval. Laagstaande zon, kort moment van onoplettendheid. Schuldigverklaring zonder straf.

Jurisprudentie

De verdachte rijdt met haar auto achterop een motorrijder die snelheid mindert. De motorrijder loopt daardoor letsel op, waaronder een gebroken ruggenwervel en een verwonding aan zijn pols. De verdachte wordt primair verweten dat zij schuld heeft aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994. Subsidiair wordt haar verweten dat zij gevaar op de weg heeft veroorzaakt in de zin van artikel 5 WVW 1994. De rechtbank stelt voorop dat voor schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 sprake moet zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Die schuld kan

VR 2026/146 Vrijspraak artikel 5 WVW, overtreding artikel 18 RVV, geldboete.

Jurisprudentie

De verdachte slaat met zijn personenauto linksaf om een parkeergarage in te rijden en verleent daarbij geen voorrang aan een tegemoetkomende motorrijder. De motorrijder botst tegen de auto van de verdachte en loopt diverse botbreuken op. Het hof spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, artikel 5 WVW 1994, maar acht de subsidiair tenlastegelegde overtreding van artikel 18 lid 1 RVV 1990 bewezen. Het hof stelt voorop dat niet iedere overtreding van een verkeersregel gevaar of hinder in de zin van artikel 5 WVW 1994 oplevert. De wetgever heeft met artikel 5 WVW 1994 slechts

VR 2026/143 Vasthouden mobiel navigatiesysteem tijdens het rijden.

Jurisprudentie

Aan de betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd, omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. De ambtenaar verklaart dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiel apparaat in zijn hand hield en daarnaar keek. De gemachtigde voert aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld, omdat onvoldoende blijkt dat het ging om een mobiel elektronisch apparaat in de zin van artikel 61a RVV 1990. Het hof volgt dit betoog niet. Uit de getuigenverklaring en de door de gemachtigde overgelegde afbeelding volgt dat het apparaat volgens de betrokkene

VR 2026/125 Afsluiting voor motorvoertuigen vanwege aanwijzing verplicht fietspad. Niet onevenredig en onzorgvuldig.

Jurisprudentie

Het college van B&W van Voorschoten heeft besloten in de wijk Adegeest twee verplichte fietspaden te realiseren. Dit heeft tot gevolg dat delen van twee wegen worden afgesloten voor motorvoertuigen. Appellant betoogt dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheids-, motiverings- en gelijkheidsbeginsel, onder meer omdat te laat in het participatieproces duidelijk werd op welke wegen het besluit betrekking had en omdat in een andere wijk na bezwaren van belanghebbenden eenzelfde soort besluit door het college werd ingetrokken. De Afdeling oordeelt dat eventuele gebreken in het

VR 2024/109 Verkeersongeval tussen motorrijder en fietser. Reflexwerking artikel 185 WVW. Schulddeling.

Jurisprudentie

Op 3 oktober 2018 vond er een verkeersongeval plaats op een kruising in Amsterdam tussen een motorrijder (verzoeker) en fietser (verweerster). Beiden liepen als gevolg van het verkeersongeval letsel op. De politie is ter plaatse geweest en heeft een proces-verbaal opgemaakt. Beiden zijn daarna op het politiebureau verhoord. Verzoeker verklaarde dat het verkeerslicht oranje knipperde en dat hij verweerster niet kon ontwijken. Verweerster had ter plaatse in het Engels verklaard dat ze op het fietspad reed en onzeker was of ze groen licht had. Op het politiebureau had zij haar verklaring

VR 2017/40 Over speed-pedelecs en eBikes; de ene fietser is de andere niet

Artikel
VR 2017/40 Over speed-pedelecs en eBikes; de ene fietser is de andere niet Mr. P.C. Knijp * * Advocaat bij Stadermann Luiten Advocaten te Rotterdam. Inleiding In de sciencefiction-klassieker Back to the Future II 1), werd hoofdrolspeler Marty McFly (Michael J. Fox) in een tijdmachine 2) vanuit 1989 vooruitgestuurd naar 21 oktober 2015. De hoofdrolspeler belandde in een wereld met – voor 1989 – behoorlijk wat technische veranderingen. Omdat 21 oktober 2015 inmiddels achter ons ligt, kunnen we evalueren wat er aan voorspellingen daadwerkelijk is uitgekomen 3). Dat blijken er een flink aantal te

VR 2017/19 Bestuurlijke sanctie. Stilstaan op trottoir.

Jurisprudentie
Aan betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken (bijv. laten stilstaan op een trottoir/voetpad etc.)”. De gemachtigde van betrokkene - degene die het voertuig geleaset heeft - ontkent niet dat hij zijn voertuig op genoemde tijd en plaats heeft geparkeerd, maar voert aan dat hij geparkeerd stond op een verharde onbestemde ruimte tussen rijbaan en trottoir. Uit de zowel door de gemachtigde als door de verbalisant aangeleverde foto's leidt het hof het volgende af over