VR-kort *

Stoned achter het stuur. Oriëntatiepunten voor de straftoemeting

Opsporing van cannabisgebruik in het verkeer heeft met de introductie van de speekseltest medio 2017 een enorme vlucht genomen. Dat zorgde voor een groot aantal nieuwe verdenkingen van rijden onder invloed van softdrugs.
Voor een aantal veelgebruikte medicijnen, soft- en harddrugs is sinds 1 juli 2017 een bijzondere bepaling in werking getreden. Sindsdien geldt het nieuwe lid 5 van artikel 8 WVW. Dat geeft voor een aantal limitatief omschreven stoffen zoals morfine, cocaïne, heroïne en cannabis, speciale grenswaarden waarboven het voor een ieder verboden is een voertuig te besturen. Cannabinoïden zijn bestanddelen van hennep. THC is de cannabinoïde met de hoogste psychoactieve werking. Indien de effecten na gebruik van cannabisproducten leiden tot een gebrek aan aandacht, concentratiestoornissen en veranderde tijdwaarneming, zullen zij het reactievermogen nadelig beïnvloeden, wat tot verminderde rijvaardigheid kan leiden. De effecten van marihuana op de rijvaardigheid zijn met name van belang bij verkeerssituaties die complex zijn of een meer dan gemiddelde aandacht vragen.

Verjaring van schadevergoedingsvorderingen bij voortdurende onrechtmatige daden

De regels over verjaring van schadevergoedingsvorderingen wegens onrechtmatige daad maken dat de schuldeiser zijn vordering na enig tijdsverloop niet langer kan afdwingen. Deze regels zijn vooral toegesneden op gevallen waarin de onrechtmatige daad is beperkt tot één moment. Het komt echter geregeld voor dat een onrechtmatige daad zich over een langere periode uitstrekt. In dit artikel gaat de auteur in op de vraag naar het startpunt van de verjaringstermijnen bij dergelijke ‘voortdurende onrechtmatige daden’. Daarbij beperkt hij zich tot de verjaring van schadevergoedingsvorderingen uit onrechtmatige daad.

Smartengeld wegens onrechtmatige schadeafwikkeling

Onzorgvuldige schadeafwikkeling is in de literatuur door meerdere schrijvers besproken. Het verschuldigd worden van wettelijke rente is te zien als eerste civielrechtelijke sanctie. Wie afwikkeling vertraagt, krijgt de rekening daarvoor gepresenteerd in de vorm van de wettelijke rente. Dat gaat een aantal schrijvers niet ver genoeg, wanneer het gaat om schadeafwikkeling door de verzekeraar van de aansprakelijke partij. Geopperd is een sanctie daarop te gieten in de vorm van een verhoging van het smartengeld of een veroordeling in de werkelijke proceskosten die zijn gemaakt door het slachtoffer. Duidelijk mag zijn dat een verhoging van het smartengeld buiten rechte kan, terwijl een veroordeling in de werkelijke proceskosten alleen in rechte kan. Dit vergt dat het slachtoffer procedeert tegen de verzekeraar. Dat laatste is nogal een beperking van de mogelijkheid om onrechtmatige schadeafwikkeling te straffen.

Kan PGB-inkomen van nabestaande(n) als ‘gederfd levensonderhoud’ in de zin van artikel 6:108 BW gelden?

Wanneer een persoon overlijdt ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander jegens hem aansprakelijk is, dan dient die ander op grond van artikel 6:108 BW (ook) de schade van de nabestaanden te vergoeden.
Bij de afwikkeling van schade op grond van artikel 6:108 BW rijst zo nu en dan de vraag of een nabestaande ook aanspraak kan maken op vergoeding van inkomsten die zijn weggevallen doordat hij/zij met de overledene een overeenkomst tot hulpverlening op basis van een persoonsgebonden budget (PGB) had. Komt deze schade als ‘gederfd levensonderhoud’ voor vergoeding in aanmerking?

Circa 2,7 miljoen verkeersovertredingen in eerste vier maanden 2019

In de eerste vier maanden van 2019 zijn 2.729.233 verkeersovertredingen geconstateerd voor onder meer te hard rijden, door rood licht rijden en handheld bellen. Dat is minder dan in dezelfde periode een jaar eerder. Toen werden 3.084.414 verkeersboetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Dat blijkt uit het eerste tertiaal overzicht verkeersboetes van 2019.

Pagina's