De patiëntenkaart-discussie als deelgeschil: een nog weinig benutte mogelijkheid

Mr. P. van Huizen
De patiëntenkaart van de benadeelde is in de letselschadepraktijk regelmatig onderwerp van discussie. Een verzekeraar heeft soms behoefte aan inzage in de patiëntenkaart, maar benadeelden zijn niet altijd bereid inzage te geven. Deze ‘patiëntenkaart-discussie’ is daarom vaak een onderwerp van gerechtelijke procedures, maar de jurisprudentie is grillig gevormd. Over de vragen of een benadeelde zijn patiëntenkaart dient te verstrekken, aan wie (medisch deskundige, verzekeraar, medisch adviseur), over welke periode en in welke fase van het schaderegelingstraject/de procedure, kunnen rechters verschillend oordelen. Dat geldt nog meer ten aanzien van de vraag of een verzekeraar in rechte inzage in de patiëntenkaart kan afdwingen.
De ‘Patiëntenkaart-arresten’ van de Hoge Raad uit 2008 hebben, anders dan gehoopt, misschien wel tot méér discussie geleid. Inmiddels is de praktijk 10 jaar verder en verschillende ontwikkelingen van ná de arresten spelen een belangrijke rol in de mogelijkheden tot het verkrijgen van inzage in de patiëntenkaart. Te denken valt aan de komst van de Medische Paragraaf bij de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) en de intrede van de deelgeschilprocedure. Dit roept de volgende vragen op: wordt met de deelgeschilprocedure hét middel geboden voor verzoeken tot afgifte van de patiëntenkaart en wordt dat middel voldoende benut?
De deelgeschilprocedure blijkt met betrekking tot de ‘patiëntenkaart-discussie’ een nuttig middel om daarover een oordeel van de rechter te krijgen, zoals ook is bedoeld door de wetgever. Toch lijkt hiervan in de praktijk weinig gebruik te worden gemaakt. In gevallen waarin de benadeelde zijn patiëntenkaart niet wenst te verstrekken, zal de verzekeraar zelf een deelgeschil kunnen instellen met het verzoek om verstrekking van de patiëntenkaart. Dit kan eventueel ook bij wijze van tegenverzoek in een reeds door de benadeelde ingestelde deelgeschilprocedure.
De proportionaliteitstoets van de Medische Paragraaf, het karakter van de IWMD-vraagstelling en de strekking van de deelgeschilprocedure bieden de deelgeschilrechter de handvatten om een beslissing te kunnen nemen over dergelijke verzoeken van de verzekeraar.
Deze mogelijkheid van de deelgeschilprocedure heeft vooral meerwaarde omdat het verzoek om verstrekking van de patiëntenkaart, ook als dat verzoek wordt gedaan in aanloop naar een buiten rechte door partijen gezamenlijk te entameren deskundigenonderzoek, buiten de invloedsfeer blijft van de Patiëntenkaart-arresten. Zowel het buitengerechtelijke als het bindende karakter van een dergelijk deskundigenonderzoek staat daar immers aan in de weg, net als de strekking van de deelgeschilprocedure zelf. Voor de verzekeraar is er daarom veel voor te zeggen deze expliciet door de wetgever geboden mogelijkheid vaker te benutten.

Bron: 
PIV-Bulletin juni 2018, afl. 2, p. 1-5