De informatieplicht van een zorgaanbieder bij de afwikkeling van medische schade: over finale kwijting, geschilleninstanties en ongeïnformeerde patiënten

Mr. B.S. Laarman
De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) stelt nieuwe eisen aan de afhandeling van medische schade, namelijk dat die zo laagdrempelig, informeel en zo snel mogelijk wordt afgewikkeld. Dat is aanleiding om na te denken over de manier waarop patienten worden geïnformeerd omtrent hun rechtspositie. Dat geldt met name wanneer de schade definitief wordt afgewikkeld zonder dat de patiënt wordt bijgestaan door een ter zake deskundige belangenbehartiger. In deze bijdrage worden twee situaties belicht waarin de informatiepositie van een patiënt een probleem kan opleveren: 1. wanneer een zorgaanbieder en een patiënt een schikkingsovereenkomst sluiten, en 2. wanneer een patiënt zijn vordering als geschil aan een geschilleninstantie voorlegt, die uitspraak doet in een bindend advies.
Ter achtergrondinformatie wordt eerst een korte toelichting gegeven op de veranderingen die hebben plaatsgevonden sinds de invoering van de Wkkgz. Afspraken die worden gemaakt wanneer een zorgaanbieder en een patiënt de schade schikken, worden vaak vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Ook het bindend advies is een bijzondere vorm van de vaststellingsovereenkomst. Het zal blijken dat een vaststellingsovereenkomst achteraf maar moeilijk is aan te tasten. Dat veronderstelt dat partijen elkaar over de aard en gevolgen van de overeenkomst informeren; zij dragen een informatieplicht. Voor inspiratie hoe een dergelijke informatieplicht invulling kan krijgen, wordt in het artikel gekeken naar het medisch informed consent. Vervolgens worden respectievelijk de positie van de patiënt bij een schikkingsovereenkomst en in de geschillenfase toegelicht. Ten slotte wordt toegelicht wat de informatieplicht in de afronding van medische schade voor zorgaanbieders en geschilleninstanties betekent.
De auteur concludeert dat de verplichtingen die in de Wkkgz zijn opgenomen over de manier waarop zorgaanbieders klachten en claims afhandelen, ertoe leiden dat schade vaker wordt afgewikkeld zonder belangenbehartiger. Dat geldt in ieder geval in de geschillenfase, maar ook in de ‘Wkkgz-voorfase’ is het niet meer vanzelfsprekend dat een patiënt deskundige bijstand heeft. Dat legt extra gewicht op de manier waarop zorgaanbieders patiënten informeren. In deze bijdrage is voor een zorgaanbieder een onderzoeks- en informatieplicht geconstrueerd die aansluit bij de verplichtingen van een werkgever jegens zijn werknemer. Dat houdt in dat een zorgaanbieder zich de belangen van een patiënt dient aan te trekken, soms zodanig dat hij een patiënt tegen zichzelf moet beschermen. De informatieplicht in de afwikkeling van medische schade ziet er in ieder geval op patiënten te informeren omtrent de aard en gevolgen van een bindende overeenkomst met betrekking tot hun schade.
In de Wkkgz-voorfase betekent dat in ieder geval dat afspraken omtrent de afwikkeling van medische schade in beginsel pas in een vaststellingsovereenkomst vastgelegd kunnen worden nadat een patiënt deskundig advies heeft ingewonnen. Een zorgaanbieder die zich achteraf op de verplichtingen uit een bindend advies wil beroepen, zal eveneens zijn informatieplicht in acht moeten nemen. Doet hij dat niet, dan kan een patiënt er zich achteraf mogelijk met succes op beroepen dat er helemaal geen ‘ondubbelzinnige’ bindend-adviesovereenkomst tot stand kwam. Uit deze bijdrage blijkt dat geschilleninstanties in ieder geval niet transparant informeren over de aard en gevolgen van een geschillenprocedure. Dat staat niet alleen lijnrecht tegenover de patiëntvriendelijke en laagdrempelige geschilbeslechting die de wetgever voor ogen stond, maar herbergt eveneens het risico in zich dat het bindend advies achteraf nietig of vernietigbaar blijkt te zijn.

Bron: 
TVP 2018, afl. 3, p. 89-100