VR 2018/101 De problematiek van een deskundigenbericht in een kleine samenleving

VR 2018/101

 

De problematiek van een deskundigenbericht in een kleine samenleving

 

Mr. J. Sap *

 

* Vice-President van het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, redacteur van Verkeersrecht.

In de nadagen van mijn bestaan als advocaat bezocht ik de jaarlijkse ATLA-conferentie.1) Ik woonde een lezing bij van een Amerikaanse advocaat die te boek stond als toonaangevend op het terrein van medische aansprakelijkheid. Toch liep het begin van zijn carrière niet soepel: ook zaken waarvan hij dacht dat hij die eigenlijk niet kon verliezen, verloor hij. Hij kwam erachter dat de voor hem negatieve oordelen steeds waren terug te voeren op de kleine omvang van samenleving waarin de zaak werd aangebracht. De jury, samengesteld uit lokale mensen, moest een oordeel geven over een arts die ze goed kenden en die misschien wel de enige specialist in de wijde omgeving was. Iedereen kende wel goede berichten over hem. Er bleek een enorme weerstand te zijn om een veroordelend vonnis uit te spreken. Dat veranderde toen deze advocaat geschillen ter berechting voorlegde in grotere anonieme samenlevingen, waarin de band tussen mensen (per definitie) losser is. Het tekent de problematiek van rechtspraak in een kleine samenleving – en ook die van een deskundige die in die geschillen wordt gevraagd een oordeel of advies te geven.

 

Kern van het probleem

In het onderstaande artikel wordt het aspect van de deskundige, zowel diens benoeming als de beoordeling van diens rapport, besproken vanuit rechterlijk perspectief. Omwille van de overzichtelijkheid beperk ik de problematiek tot die van het inwinnen van een deskundigenadvies in een gerechtelijke procedure. Buiten beschouwing blijft dus de informele raadpleging van een deskundige door partijen zelf, al komt dat hier en daar zijdelings wel aan de orde.

Een kleine samenleving2) heeft als belangrijkste kenmerk dat mensen elkaar kennen (of menen te kennen). Dat heeft effect op veel rechtszaken, want de betrokkenen kennen de verhoudingen vaak beter dan de rechter die erover moet oordelen. Met die kennis kan voordeel worden behaald: die verbanden kunnen immers een brug slaan tussen mensen, maar het kan ook belemmerend werken als het gaat om objectieve beoordeling. Evenals een jury in een kleine gemeenschap in een Amerikaans stadje wordt aan een deskundige ook gevraagd een mening of advies te geven – ook al heeft hij niet het laatste woord. Hij moet dat soms doen over mensen of organisaties of over een onderwerp dat hij al eerder voorbij heeft zien komen: in de lokale nieuwsmedia, op social media, via gesprekken met collega’s of vrienden en bekenden. De kans dat de deskundige één of beide partijen al voorafgaand aan het geschil kent is groot. De kans dat hij al voorkennis draagt over het geschil zelf is niet minder groot, zeker als het gaat om iets van behoorlijke importantie. De te bespreken notie dat het een deskundige vrij moet staan om te kunnen rapporteren, kan dan onder druk komen te staan. Ook onuitgesproken sympathieën of antipathieën kunnen een rol spelen. Toch moet het geschil worden opgelost op een zo objectief mogelijke manier. Het is dit spanningsveld dat aan de orde komt en waarin enige richting wordt geduid. Enige, want niet dé enige: het blijft een zoektocht.

 

Context van de onpartijdigheid

Het inwinnen van een deskundigenadvies in een gerechtelijke procedure geschiedt vanuit de context dat die procedure zelf wordt behandeld door een onpartijdige rechter. Indien de rechter in een procedure een deskundige benoemt, ter voorlichting van de rechter, geldt als logisch gegeven dat ook die deskundige onpartijdig is: een partijdige deskundige zou immers afstralen op de onpartijdigheid van de rechter zelf.3) Maar dan dringt zich direct de volgende vraag op: hoe kan die rechter zelf in zo’n kleine samenleving zijn of haar werk onpartijdig kunnen doen, want wat voor de deskundige geldt, geldt in niet mindere mate ook voor de rechter.

Het principe van de rechterlijke onpartijdigheid is een wereldwijd gevestigd begrip en is onder andere vastgelegd in de Bangalore Principles of Judicial Conduct4) en is daarin als volgt verwoord: Impartiality is essential to the proper discharge of the judicial office. It applies not only to the decision itself but also to the process by which the decision is made”.5) De regel van onpartijdigheid hangt sterk samen met de regel van onafhankelijkheid (principle 1), integriteit (principle 3) en betamelijkheid (principle 4). Deze algemene noties hebben echter in hun uitwerking een grote impact op het leven van een rechter, daar waar beperkingen worden opgelegd die samenhangen met zijn rol en functie in de samenleving. Zo bepaalt de uitwerking van de onpartijdigheid onder andere: A judge shall ensure that his or her conduct, both in and out of court, maintains and enhances the confidence of the public, the legal profession and litigants in the impartiality of the judge and of the judiciary”. En in de uitwerking van de betamelijkheid is onder meer opgenomen: As a subject of constant public scrutiny, a judge must accept personal restrictions that might be viewed as burdensome by the ordinary citizen and should do so freely and willingly. In particular, a judge shall conduct himself or herself in a way that is consistent with the dignity of the judicial office”.

In veel samenlevingen zijn de Bangalore Principles terug te vinden in gedragsregels of rechterscodes.6) In die codes staan gedragsregels die ook het privéleven van de rechter betreffen: de mate waarin hij of zij zich publiekelijk kan uiten7), de organisaties waarvan hij wel of geen deel kan uitmaken en het besef dat het ambt verplichtingen met zich brengt die door anderen als beperkend en belastend kunnen worden ervaren.

In grotere samenlevingen zoals in Nederland hebben deze gedragscodes wel enige impact op het leven van een rechter, maar er is voldoende ruimte voor een privéleven en voldoende sociale contacten en deelname aan verschillende verenigingen is in redelijk ruime mate mogelijk. De onpartijdigheid zal zich zo sneller concentreren op het rechterlijk optreden an sich en minder op het optreden van een rechter in de maatschappij. In kleinere samenlevingen, zoals vrijwel alle landen in het Caribisch gebied, ligt de rechter door de kleinschaligheid en (daardoor) de zichtbaarheid veel meer onder een vergrootglas. Hij of zij wordt snel herkend, zijn optreden in maatschappelijke organisaties is zeer beperkt en zelfs het “liken” van een post op een pagina van een natuurorganisatie op Facebook blijft niet onopgemerkt en leidde tot berusting in een daarop gebaseerde wraking in een zaak waarbij die organisatie betrokken was.8)

Op de in augustus 2017 te Willemstad, Curaçao, gehouden conferentie van de “Caribbean Association of Judicial Officers”(CAJO) waren ook verschillende voordrachten te beluisteren van rechters die de implementatie van de rechterlijke onpartijdigheid, integriteit en betamelijkheid als zwaar ervoeren. Eén van de rechters die betrokken was bij het opstellen van de Gedragscode in Suriname verwoordde het in haar presentatie onder meer als volgt: “It is generally acknowledged that the judiciary, differently from the legislative and executive power, has no direct democratic legitimacy. Therefore, a judge has to derive his authority not only from his knowledge of the law and the quality of his work, but also from the fact that he adheres by the abovementioned codes of conduct... Impartiality of the judge, which refers to the individual judge’s lack or apparent lack of bias in the assessment of a dispute, is vital for a well-functioning justice system and a fundamental safeguard for a fair trial. This core value consists of 12 principles: no political or religious statements impairing the confidence in or the independence of the judiciary; no secondary professions; no discussion of judgements; no shame of partiality.9) Andere bijdragen, die soortgelijk waren, bevestigen het beeld van een rechter in een kleine samenleving die leeft als een kluizenaar.

De notie van onpartijdigheid, waarbij dus iets langer is stilgestaan, is dan ook breder dan die waarin de Nederlandse context haar pleegt te plaatsen. Bekendheid met (een van) de partijen is één ding; de wijze waarop de rechter zich in de samenleving beweegt is minstens zo zwaarwichtig als het gaat om het handhaven van zijn gezag. En in die context moet een deskundige worden gezocht die kan rapporteren over een onderdeel van het geschil. Daarbij kan van die deskundige veelal niet worden verlangd dat die zich heeft onthouden van diverse maatschappelijke activiteiten, zoals deelname aan het maatschappelijk debat of lidmaatschap van een serviceclub. De vraag is dan welke eisen wél aan de deskundige kunnen worden gesteld.

 

Aan de deskundige te stellen eisen

De hierboven beschreven eis van onpartijdigheid strekt zich direct uit tot de eisen die aan een deskundige moeten worden gesteld en waarvan onpartijdigheid, naast deskundigheid op het betreffende terrein waarover hij moet rapporteren, de meest in het oog springende is.10) Voorts mag van de deskundige worden verwacht dat hij zijn onderzoek onpartijdig, in overleg met partijen en naar beste kunnen verricht.11) Hoewel dit laatste geen benoemingsvereiste betreft, maar een wijze van uitvoering, kan het voorkomen dat een rechter juist op basis van eerdere ervaringen met een specifieke deskundige, dit onderdeel meeneemt in zijn oordeel over de te benoemen persoon. Hij maakt als het ware reeds een inschatting van de vraag of de deskundige zijn werk naar behoren zal gaan verrichten.12) Indien sprake is van belangenverstrengeling blijft in het algemeen benoeming achterwege. Wordt die verstrengeling eerst later ontdekt, dan kan dit gevolgen hebben voor de bewijswaardering.13)

In de ideale situatie heeft de rechter de beschikking over een betrouwbaar arsenaal aan deskundigen, veelal opgenomen in een register, waarin zowel de partijen als hijzelf een geschikte persoon kunnen vinden.14) Dergelijke registers vereisen niet alleen een zekere massa, maar ook voldoende specificiteit – zodat juist die deskundige kan worden benoemd die specifiek voor het voorliggende probleem kan worden aangezocht. Het knelpunt is echter: hoe groter de noodzaak van inschakeling van een deskundige, hoe minder beschikbaarheid er is.

In een kleine samenleving staat bij de benoeming bij de benoeming van een deskundige zowel de onpartijdigheid als de deskundigheid onder druk. Bij de uitvoering van de opdracht ontstaan voorts niet zelden problemen die zijn terug te voeren op het gegeven dat onvoldoende ervaring bestaat om in een specifieke zaak als deskundige op te treden.15)

De eis van onpartijdigheid en deskundigheid levert soms problemen op die zich op verschillende terreinen kunnen voordoen: de deskundige kent één van de partijen al of heeft, al dan niet zijdelings, eerder met de casus te maken gehad (belangenverstrengeling); hij heeft onvoldoende deskundigheid (er is bijv. geen vaatchirurg voorhanden, maar wel een algemeen chirurg). Indien onder deskundigheid ook wordt verstaan dat een aangezochte persoon als deskundige zijn of haar werk kan doen, dan wordt ook daar wel een probleem gesignaleerd. Niet altijd begrijpt de deskundige wat zijn rol is en dat leidt er soms toe dat buiten het vakgebied wordt gerapporteerd.16)

Samenvattend zijn de eisen die aan een deskundige worden gesteld dezelfde als die bijvoorbeeld in Nederland gelden. Maar er is een voortdurend besef dat de keuze beperkt is en dat op sommige terreinen de aangezochte persoon niet goed begrijpt wat van hem of haar wordt verlangd. Dit doet zich met name voor bij ingewikkelde kwesties, zoals letselschades – waarbij een veelheid van regels en normen het geschil omgeeft. In meer voorkomende geschillen, zoals de waardebepaling van woningen, is voldoende kennis en deskundigheid aanwezig en van die deskundigen bestaat soms ook een register.17)

 

De praktische benadering bij benoemingen

De rechter die zich geconfronteerd ziet met de vraag naar deskundigheid van de aan te zoeken persoon en een beperkte beschikbaarheid signaleert, zal hierover overleg hebben met partijen. Niet zelden hebben zij dit probleem ook al gesignaleerd. De oplossingen worden veelal gevonden in dat onderlinge overleg. Hoewel minder wenselijk, wordt soms een verzekeringsgeneeskundige die al heeft gerapporteerd in het kader van de sociale verzekeringen, nogmaals gevraagd om ook te rapporteren over de aansprakelijkheidsvraag c.q. de ongevalsgevolgen. Partijen gaan ook sneller akkoord met een “mindere” deskundige dan de meest gewenste, of de rechter besluit zelfstandig hiertoe, waarbij de beperkte beschikbaarheid van de gewenste discipline een rol speelt.18)

In zaken waarin met regelmaat een deskundige optreedt, zoals bij een verkeersongeval, wordt vrijwel standaard een ongevalsrapportage opgemaakt door een speciale dienst die door verzekeraars in stand wordt gehouden. In die zaken wordt gekoerst op de inhoud van dat rapport.19) Soms kan dat ook een proces-verbaal van de politie zijn, maar het aantal keren dat een proces-verbaal na enige tijd wordt herzien is vrij groot, wat de betrouwbaarheid niet doet toenemen. Bij veel ongevallen komt ook geen politie ter plaatse, behalve indien mogelijk sprake is van ernstig letsel of een verzwarende omstandigheid (zoals dronken rijden).

In geschillen met medische aspecten, zoals letselschadezaken of zaken van medische aansprakelijkheid, wordt allereerst gekeken naar de inhoud van de adviezen van de medisch adviseurs (als die zijn ingeschakeld). Dat geeft een eerste indicatie van de te beoordelen problematiek en ze zijn soms ook één van de weinige gedocumenteerde verslagen van een gebeurtenis of herstelperiode daarna. Het blijkt op de eilanden minder gebruikelijk te zijn om medische informatie van behandelaars te vragen en voor meer gecompliceerde medische problematiek vindt niet zelden een behandeling plaats op een ander eiland of in Colombia of Nederland. Dat maakt de toegankelijkheid van de medische informatie niet groter. Een goede weergave van de medische historie is dan al winst. Bij de vraag of aanvullend deskundigenbericht nodig is, wordt ook gekeken naar de betwisting van het ingebrachte medische advies van de wederpartij. Blijft die grotendeels achterwege, dan is de kans groot dat de rechter van zo’n verslag zal uitgaan.

Ook de gebruikelijke trits van specialist - verzekeringsdeskundige - arbeidsdeskundige - schaderekenaar kan niet altijd worden gevolgd. Hierbij speelt naast de beperkte beschikbaarheid20) van een deskundige ook een kostenaspect. Het inkomensniveau van veel mensen ligt beduidend lager dan in Nederland en hen ontbreekt veelal de mogelijkheid om een rapport te financieren.21) Binnen een specialisme kan ook niet al te kieskeuring worden gezocht, want de beperkte beschikbaarheid beperkt de keuzevrijheid. Hier staat tegenover dat raadpleging van een deskundige op een ander eiland of in Suriname niet als vreemd wordt ervaren, terwijl in gecompliceerde zaken een deskundige wordt aangezocht in Nederland.22) Het zal in dit laatste geval dan wel telkens gaan om gecompliceerde situaties die de inschakeling van een deskundige tegen soms aanzienlijke kosten rechtvaardigt.23)

Al deze aspecten hebben tot gevolg dat een rechter, mogelijk eerder dan in Nederland, geneigd is om knopen door te hakken en af te zien van deskundigenonderzoek. Voor zo’n beslissing moet dan wel voldoende informatie in het dossier aanwezig zijn.24) Bij deze afweging kan ook een rol spelen dat de waarde van het rapport soms betrekkelijk is, omdat de aangestelde persoon niet altijd de rol begrijpt die een deskundige heeft.25)

 

Vraagstelling en verslaglegging

In gecompliceerde geschillen, zoals letselschades en medische aansprakelijkheidszaken doet zich in het algemeen ook probleem voor dat er weinig specialisme onder de advocatuur is.26) In diverse dossiers worden vraagstellingen aangetroffen die eerder passen bij de toetsing van de aanspraak op een sociale uitkering, dan dat beseft wordt dat gewerkt wordt in een aansprakelijkheidsregime. Ook deskundigen werken op die manier – mogelijk omdat ze niet anders of beter worden geïnstrueerd. In de hierboven onder noot 15 aangehaalde zaak liet de deskundige een deel van de IWMD-vraagstelling volledig buiten beschouwing, terwijl juist die vraagstelling voor artsen beter werkbaar zou moeten zijn dan de door juristen zelfbedachte vragen. Op basis van zo’n ervaring kan de neiging bestaan om zo’n deskundige niet meer aan te zoeken, maar als de spoeling dun is, kan beter worden geïnvesteerd in voorlichting en duidelijke instructie hoe het dan wel moet.27)

Slechte vragen geven een slecht antwoord. Een ervaren deskundige zal er mogelijk nog wat van kunnen maken, maar als de ervaring niet zo groot is, is de kans aanwezig dat er uiteindelijk een rapport ligt waar de rechter niet veel mee kan. Dan bestaat de neiging, zoals ik al eerder opmerkte, om eventueel maar af te zien van het vragen van een deskundigenbericht – tenzij partijen bereid zijn hoge kosten te maken om een Nederlandse deskundige aan te zoeken.

De verslaglegging zelf is vaak opvallend summier en een logische opbouw is niet altijd aan te treffen. Anamnese en eigen bevindingen staan soms bij elkaar en een duidelijke weergave van geraadpleegde documentatie is er niet altijd.

Verheugend is wel dat, als een duidelijke, stapsgewijze vraagstelling wordt gegeven, die toch wordt gevolgd.

Al met al is het dus behelpen als een deskundige op een meer specialistisch terrein moet worden ingeschakeld. De vraag is dan nog hoe dit kan worden verbeterd.

 

Zoeken naar oplossingen

Bij het zoeken naar mogelijkheden om het deskundigenbericht in een kleine samenleving te verbeteren kan gedacht worden aan verschillende instrumenten. Hierbij dient telkens voor ogen te worden gehouden dat strenge normen ertoe leiden dat het aantal deskundigen sterk afneemt. Anderzijds is het, met het oog op de rol die de deskundige heeft als adviseur van de rechter, geboden om te streven naar een situatie die past bij de onpartijdige rechtspraak.

Als het gaat om de problematiek van de onpartijdigheid van de deskundige, zou het voor de hand liggen om een disclosure statement te vragen.28) In zo’n verklaring geeft de aangezochte deskundige een weergave van zijn kennis en ervaring, zijn eventuele eerdere betrokkenheid bij de zaak en waarom hij meent dat het hem vrijstaat om te rapporteren. Het zal wellicht blootleggen dat de deskundige soms al eerder betrokken is geweest, of dat een collega van hem in hetzelfde ziekenhuis het slachtoffer heeft behandeld, maar die openheid kan belangrijk zijn voor de acceptatie van het rapport.

Als de mate van deskundigheid het probleem is, kan aandacht worden besteed aan de vragen die aan een deskundige worden voorgelegd. Bij een medische aansprakelijkheid kan het nuttig zijn om te vragen naar een beschrijving van de aandoening van de patiënt, de gebruikelijke behandelmethode naast de vraag naar de in de casus toegepaste methode. Op dat moment wordt immers van de rapporteur (nog) geen oordeel gevraagd over het handelen van zijn vakgenoot. Verwacht mag worden dat er zo minder schroom bestaat om datgene op tafel te leggen waar de rechter bij de verdere beoordeling mee geholpen wordt.

Eenzelfde methode kan worden gehanteerd bij andere disciplines. Bij een arbeidsdeskundige die gewend is om te rapporteren voor sociale verzekeringen, kan een stapsgewijze vraagstelling worden overwogen, waarbij arbeidshistorie, opleidingsniveau, mate van huidige arbeidsinzet en eventueel noodzakelijke begeleiding duidelijk van elkaar worden gescheiden. Aan de hand van deze gegevens kan de rechter dan zelf een oordeel geven over het moment van eventuele arbeidsinzet. Een voorbeeld zou kunnen zijn:

1.    Wilt u een beschrijving geven van de arbeidshistorie en het opleidingsniveau van betrokkene?

2.    Wilt u op basis van eigen onderzoek en op basis van het uitgebrachte rapport van de verzekeringsgeneeskundige (of revalidatie-arts) beschrijven welke effecten de ongevalsgevolgen hebben op de arbeidsinzet van betrokkene?

3.    Wilt u in kaart brengen wat de arbeidsinzet van betrokkene is geweest in de periode na het ongeval tot het moment van uw onderzoek en wat de verdiensten zijn die hij daarbij heeft ontvangen?

4.    Tot welke werkzaamheden is betrokkene redelijkerwijs nog in staat en wat zou hij daarmee nog kunnen verdienen?

5.    Heeft betrokkene nog enige vorm van ondersteuning nodig en, zo ja, welke is dat en hoe intensief zou die zijn?

6.    Welke beperkingen ondervindt betrokkene in het Algemeen Dagelijks Leven (ADL) en wat betreft het voeren van zijn huishouding? Indien sprake is van mantelzorg, wilt u die dan beschrijven en kwantificeren?

7.    Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?

Hiermee is gelijk gezegd dat de sleutel van een deel van de beperkte aanwezigheid van kwalitatief goede deskundigen gelegen is in het verschaffen van duidelijkheid over de rol van de deskundige, het stellen van duidelijke instructieve vragen en de bereidheid om de vragen die de deskundige bij de uitvoering van zijn taak heeft, te beantwoorden. Bij eventuele onduidelijkheden in de rapportage kan worden overwogen om de deskundige ter zitting uit te nodigen voor het geven van een nadere toelichting.

Scholing van een deskundige zou ideaal zijn, maar de diversiteit van de disciplines zal er voor zorgen dat het moeilijk is om een groep bij elkaar te krijgen, terwijl ook hier het aantal een beperkende factor is.

Last but not least, meer dan in Nederland zal de rechter bereid moeten zijn om een beslissing te nemen die minder gebaseerd is op een afgewogen opvatting van een deskundige en meer op zijn gezonde verstand.

 

1. ATLA = American Trial Lawyers Association, de voorloper van de American Association for Justice (AAJ), een wat hybride organisatie tussen LSA/ASP en de Vereniging voor strafrechtadvocaten in.

2. Hieronder versta ik relatief afgebakende samenlevingen (zoals op een eiland) met een beperkte bevolkingsomvang. Ter indicatie: het (legale) inwoneraantal van Curaçao is circa 150.000; in Aruba is dat circa 115.000 en op Sint Maarten ongeveer 35.000 (gegevens 2017).

3. Zie hierover uitgebreid: G. de Groot: Het deskundigenadvies in de civiele procedure, Kluwer 2008, p. 169, 170.

4. Te raadplegen via www.judicialintegritygroup.org.

5. Principle 2.

6. Zoals voor Nederland de door de NVVR opgestelde Rechterscode die geldt vanaf 2010.

7. Het schrijven van een wetenschappelijke bijdrage is niet onomstreden: zie bijv. de opvatting van H. T. van der Meer in 'Op persoonlijke titel' in Trema, 2015, afl. 9.

8. https://www.noticiacla.com/news/6838: Advocaat wraakt rechter in zaak ABC tegen Azure.

9. Voordracht van mr. Sandra Nanhoe-Gangadin. Zie voor de totstandkoming van de Gedragscode in Suriname: http://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/31367: Procesreglement en gedragsregels voor rechters.

10. Zie ook Chr. H. van Dijk in G.G. Hesen, S.D. Lindenbergh & G.E. van Maanen, Schadevaststelling en de rol van de deskundige (Recht en Praktijk nr. 164), Deventer: Kluwer 2008, par. 2; Groot, a.w. p. 157, die in dit verband ook wijst op de perceptie van partijen.

11. Aldus ook art. 174b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor de Antillen en Aruba (RvA).

12. Groot, a.w. p. 218.

13. Vgl. Groot, a.w. p. 219, 220 en de daar genoemde rechtspraak.

14. Zie hierover ook N. Keijser elders in dit nummer.

15. Een frappant voorbeeld is GEA Curacao 19 juni 2017, AR 77002/2015 (Boelbaai/Nagico) (niet gepubliceerd), waarin de deskundige een groot deel van de hem voorgelegde vragen onbeantwoord laat en evenmin inzicht gaf in zijn gedachtegang. Het GEA besloot vervolgens tot een mondeling verhoor van de deskundige.

16. Zie bijv. GEA Aruba 23 november 2016, ECLI:NL:OGEAA:2016:842, (X/Dr. Horacio E. Oduber Hospitaal) waarin de deskundige die gevraagd werd een oordeel te geven over de gevolgen van een medische fout, tevens zijn mening gaf over het smartengeld. Het GEA liet dat onderdeel buiten beschouwing.

17. In Aruba heeft het pensioenfonds Apfa, dat ook hypotheken aanbiedt voor haar leden, een eigen lijst van erkende taxateurs voor woningen.

18. Vgl. GEA Aruba 24 augustus 2016, ECLI:NL:OGAA:2016:568 (X/Daltra) waarin uitdrukkelijk wordt gewezen op de beperkte beschikbaarheid van een bepaald specialisme (i.c. een verzekeringsarts), zodat is uitgeweken naar een ander specialisme (revalidatiearts).

19. Maar niet klakkeloos overgenomen: zie bijvoorbeeld GEA Bonaire 28 juni 2017, AR 58 van 2016 (Lokhorst/Nagico) (niet gepubliceerd), waarin aan de hand van de feitelijke situatie de analyse van de ongevallendienst CRS van de hand wordt gewezen.

20. Vgl. GEA Aruba 24 augustus 2016, ECLI:NL:OGAA:2016:568 (X/Daltra).

21. De voorschotregeling zoals bedoeld in art. 195 Rv NL ontbreekt. Zie o.a. GEA Curaçao 21 mei 2018, AR 62824/2013 (CUR201701845) (Housmans/Girigorie) (niet gepubliceerd) waarin na bevolen deskundigenbericht de zaak is afgedaan zonder dergelijk bericht, omdat de aansprakelijke partij het voorschot niet op tafel legde.

22. Zoals bijv. in GEA Curaçao 15 augustus 2016, ECLI:NL:OGEAC:2016:72 (X/SEHOS en Y)

23. Dat in verkeerszaken de dekking op de WA-verzekering veelal laag is (ca.€ 75.000,-), lijkt geen rol te spelen in de vraag naar de te benoemen deskundige. Wel heeft die lage dekking er meermalen toe geleid dat de verzekeraar het verzekerde bedrag op tafel legt en zich terugtrekt uit het geschil.

24, Zie bijv. GEA Curacao 8 mei 2017, AR 72461 van 2015, (Wooter/Hamoud) (niet gepubliceerd) waarin de rechter zich waagde aan een technische analyse.

25. Zie hierboven en onder noten 15 en 16.

26. Ik wees hier ook al eerder op in 'Letselschaderegeling in het Caribisch deel van het Koninkrijk - een verkenning', VR 2017/16, afl. 2, p. 44 e.v.

27. Tegen deze achtergrond is het dan ook niet zo vreemd dat meer gekoerst wordt op uitgebrachte medische adviezen aan een partij, want dat zijn adviezen die wel zijn opgesteld binnen de juiste context.

28. Zie hierover uitgebreid: J.L. Smeehuizen: 'Wie is de deskundige eigenlijk? Pleidooi voor een 'disclosure statement'', TvVP 2003, p. 126 e.v.; Chr. H. van Dijk, t.a.p.; M. Visser: 'Disclosure statement voorafgaand aan het inhoudelijk onderzoek door de deskundige: een idee met haken en ogen', TvVP 2015, p. 35 e.v.