VR 2019/22 Schuld in de zin van art. 4, eerste lid, van de Landsverordening Wegverkeer Aruba. Epileptische aanval. Geen verontschuldigbare onmacht.

De verdachte is met de door haar bestuurde auto op de linker weghelft gekomen en daar blijven rijden terwijl haar andere auto's tegemoet kwamen. Zij is op één van die auto’s gebotst waardoor een inzittende van die auto is gedood.Art. 4, eerste lid, van de Landsverordening Wegverkeer Aruba komt in de kern overeen met art. 6 Wegenverkeerswet 1994.De verdachte heeft onder meer verklaard dat zij er, ondanks de onvoorspelbaarheid en ernst van de epileptische aanvallen, voor gekozen heeft haar ziekte niet door middel van medicatie zoveel mogelijk onder controle te houden. Door met deze wetenschap en zonder het nemen van voorzorgsmaatregelen aan het verkeer deel te nemen, is er bij de verdachte naar het oordeel van het hof geen sprake van verontschuldigbare onmacht, maar van aanmerkelijke schuld aan de bewezenverklaarde gedragingen ten gevolge waarvan het slachtoffer is overleden. Het oordeel van het hof dat sprake is van 'schuld' in de zin van art. 4, eerste lid, van de Landsverordening Wegverkeer Aruba getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren