VR 2019/130 Dodelijk verkeersongeval snelweg; wisseling van rijbaan; omkeringsregel; geen eigen schuld.

Een vrachtwagen botst op de snelweg tegen een Volkswagen, waardoor de Volkswagen dwars voor de vrachtauto terechtkomt en beide voertuigen uiteindelijk in de berm belanden. De bijrijdster in de Volkswagen komt als gevolg van het ongeval te overlijden. De bestuurder van de Volkswagen vordert dat de bestuurder van de vrachtwagen en zijn WA-verzekeraar worden veroordeeld tot betaling van de schade als bedoeld in art. 6:107 en art. 6:108 BW nader op te maken bij staat. In deze procedure ligt de vraag voor of het ongeval is veroorzaakt doordat de bestuurder van de Volkswagen de macht over het stuur verloor of doordat de vrachtwagen van de derde naar de tweede rijstrook wisselde. De door de politie gehoorde getuigen verklaren verschillend over de rijstrook waarop de vrachtwagen en de Volkswagen voorafgaand aan het ongeval reden. De rechtbank heeft op zitting de bestuurder van de vrachtwagen als getuige gehoord en heeft na de zitting nadere technische rapportages van partijen gevraagd. De rechtbank concludeert op basis van de technische gegevens en de getuigenverklaringen dat de Volkswagen voor het ongeval op de tweede rijstrook reed, dat de vrachtwagen voorafgaand aan het ongeval op de derde rijstrook reed en vlak voor het ongeval van rijstrook is gewisseld, waarbij hij grotendeels op de tweede rijstrook terecht is gekomen. De bestuurder van de vrachtwagen heeft dus een bijzondere manoeuvre verricht zonder het overige verkeer voor te laten gaan. Hij heeft hierdoor zowel art. 54 RVV als art. 5 WVW overtreden en heeft daarom toerekenbaar onrechtmatig gehandeld. De rechtbank past vervolgens de omkeringsregel toe en komt zodoende tot het oordeel dat voornoemde normoverschrijding het ongeval met dodelijke afloop heeft veroorzaakt. De rechtbank verwerpt het beroep op eigen schuld of medeschuld. De bestuurder van de vrachtwagen stelt dat de bestuurder van de Volkswagen zelf art. 5 WVW heeft overtreden door te slingeren met zijn voertuig en door plotseling een abrupte stuurbeweging naar links te maken en door vervolgens die beweging niet juist te compenseren door teveel naar rechts te sturen, waardoor de Volkswagen in een dwarse positie voor de vrachtwagen terechtkwam. Hoewel de slingerende en/of slippende beweging van de Volkswagen vaststaat, brengt dat naar het oordeel van de rechtbank nog niet mee dat er sprake is van eigen schuld van de bestuurder van de Volkswagen. Er is volgens de rechtbank namelijk een plausibele verklaring voor het slingeren, te weten het plotseling wisselen van rijbaan door de bestuurder van de vrachtwagen zonder voorrang te verlenen. Deze omstandigheid kan niet aan de bestuurder van de Volkswagen worden toegerekend. Ook het gesuggereerde overcompenseren is een omstandigheid die aan de bestuurder van de vrachtwagen moet worden toegerekend en niet aan de bestuurder van de Volkswagen. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat de bestuurder van de vrachtwagen alsmede zijn WA-verzekeraar hoofdelijk aansprakelijk zijn.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren