VR 2018/82 Niet stoppen bij rood licht. Geeltijd verkeersregelinstallatie.

Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. De betreffende gedraging is een overtreding van artikel 62 in verbinding met artikel 68, eerste lid, aanhef en onder c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).De betrokkene heeft aangevoerd dat hij ervan uitging dat de geeltijd vier seconden zou zijn, zoals volgens de betrokkene gebruikelijk is. De overheid geeft geen voorlichting over de variabele geeltijd en de geeltijd wordt nooit ter plaatse aangegeven. De weggebruiker weet derhalve niet wanneer wel of wanneer niet moet worden gestopt, aldus de betrokkene. Uit het samenstel van de foto's, de daarbij behorende gegevens en de verklaring van de verbalisant die de foto's heeft uitgelezen, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.Artikel 68 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 verplicht tot stoppen voor een geel verkeerslicht tenzij dat redelijkerwijs niet meer mogelijk is. In het algemeen mag worden verwacht dat een bestuurder te allen tijde in staat is zijn voertuig tijdig en op een verantwoorde wijze voor een verkeerslicht tot stilstand te brengen. Indien een driekleurig verkeerslicht geel licht uitstraalt, houdt dit in beginsel in dat moet worden gestopt. Slechts indien men het verkeerslicht zo dicht genaderd is dat stoppen niet meer mogelijk is, mag men doorrijden. Daarbij geldt dat van een bestuurder mag worden verwacht dat hij zelf een inschatting maakt of in een bepaald geval nog op een verantwoorde wijze kan worden gestopt. Daarbij dient betrokken te worden de snelheid waarmee wordt gereden en de afstand tot het verkeerslicht. De duur van de geeltijd speelt bij die afweging geen rol. In verband hiermee is niet vereist dat voorlichting wordt gegeven over de geeltijd of dat de geeltijd ter plaatse wordt aangegeven dan wel dat de regelgever harmoniserend optreedt ter zake van de duur van de geeltijd. Niet is gebleken van omstandigheden waardoor in de onderhavige situatie veilig stoppen voordat het verkeerslicht rood licht uitstraalde, redelijkerwijs niet mogelijk was. Dat de betrokkene ervan uitging dat de geeltijd langer was, betreft een omstandigheid die voor zijn rekening komt.Er zijn geen omstandigheden die het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel nopen tot de vaststelling van een lager bedrag van de administratieve sanctie. Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren