Columns

Reactie op 'Wanbetalers en het in bewaring stellen van motorrijtuigen

Uiteraard heb ik, als auteur van onder andere de WAHV in het handboek voor de politie ‘Stapel en de Koning’, met veel belangstelling kennis genomen van de opvatting van J. Simmelink over bovengenoemd onderwerp in Verkeersrecht, 2007 nr 10, p. 302 en 303, waarbij hij mij aanraadde om met betrekking tot de toepassing van de zgn. voorlopige maatregel van art. 31 van de WAHV mijn visie in zodanige zin de actualiseren, dat deze overeenkomt met de andersluidende opvatting op dit punt, zoals omschreven in “De Wet Mulder op straat” (9e dr., 2007, p. 46).

'Stinkefinger’

Het verkeer leidt niet alleen tot geweld, maar ook tot openlijke kwetsing van medeweggebruikers in woord en gebaar, met inbegrip van seksuele intimidatie.

Wanbetalers en het in bewaring stellen van motorrijtuigen

Hoewel het incassosysteem van de WAHV tamelijk efficiënt werkt, blijft er in het grote geheel natuurlijk een bepaald percentage van de opgelegde sancties onbetaald. Om in die gevallen alsnog de betalingsbereidheid te bevorderen, biedt de WAHV aan justitie en politie enkele bevoegdheden. Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, kan worden gegijzeld (art. 28 WAHV), zijn rijbewijs kan worden ingenomen (art. 29 WAHV) of het voertuig van de betrokkene kan buiten gebruik worden gesteld (art. 30 WAHV). Het jaarbericht van het CJIB over 2005 (p.

Overeenkomst buitengerechtelijke kosten

Inleiding
Het heeft even geduurd maar het is er toch van gekomen. Eind maart 2007 hebben vertegenwoordigers van de Nederlandse Letselschade Experts en de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) overeenstemming bereikt over een nieuwe overeenkomst die de betaling van de buitengerechtelijke kosten (BGK) moet regelen. Ik denk dat deze overeenkomst een belangrijke bijdrage kan leveren in het streven naar een minder conflictueuze letselschaderegeling. Een streven dat nauw past bij wat de Gedragscode Behandeling Letselschade nastreeft.

De kampeerauto: het gebruik van zitplaatsen en van autogordels

Op de burelen van de redactie van dit tijdschrift belandde een brief waaraan de volgende passage is ontleend:
“In de meivakantie ging ons gezinnetje voor een korte vakantie met de camper naar een camping in de Achterhoek. Onderweg zaten mijn vrouw en kinderen aan de tafel in het woongedeelte een spelletje te doen. Op gegeven moment reden wij op de snelweg en werden wij ingehaald door een politieagent op een motor. In het kader van een verkeerscontrole moest ik hem volgen naar een parkeerplaats. Daar werd de camper technisch gecontroleerd. Alles was in orde. Vervolgens had een politieagent problemen met het gegeven dat mijn vrouw en kinderen aan tafel zaten en volgens hem niet op toegelaten zitplaatsen voorzien van een autogordel. Hier heb ik nog nooit van gehoord. Ik laat de kinderen altijd aan tafel een spelletje doen; dat voorkomt veel gezeur en gejengel tijdens de reis, zeker over grotere afstanden. Gaat het hier soms om een nieuw voorschrift? Hoe zit het dan met het vervoer van passagiers in een camper? Kunt U mij hier meer over vertellen?”
 

Pagina's