Verkeersrecht 2012-2

Datum uitgave: 
februari, 2012

Smartengelddiscussie (ingezonden stuk)

Geachte redactie,

Namens de advocaten van mijn kantoor zend ik u hierbij onze bijdrage.

VR 2012/08 De nieuwe aanpak van rijden onder invloed van drugs

Momenteel is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel aanhangig met als doel om de aanpak van rijden onder invloed van drugs te verbeteren.1)Dit wetsvoorstel bouwt voort op onderzoek waaruit blijkt dat rijden onder invloed van drugs de rijvaardigheid in aanzienlijke mate vermindert. Bovendien komt het geregeld voor dat bestuurders onder invloed van drugs betrokken zijn bij verkeersongevallen. Dit wetsvoorstel introduceert drie instrumenten om het rijden onder invloed van drugs adequater te kunnen aanpakken. Om te beginnen voorziet het wetsvoorstel in een nieuwe bevoegdheid voor opsporingsambtenaren die met de handhaving van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) zijn belast. Deze bevoegdheid houdt in dat bij bestuurders van wie wordt vermoed dat zij onder invloed van drugs rijden, een speekseltest kan worden afgenomen. Omdat een speekseltest niet in alle gevallen afdoende lijkt om drugsgebruik te kunnen vaststellen, wordt in het wetsvoorstel een tweede bevoegdheid gecreëerd die bestaat uit een door deze opsporingsambtenaren te verrichten onderzoek naar de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties van de bestuurder. Ten derde wordt een aparte strafbaarstelling van rijden onder invloed van drugs voorgesteld, door aan artikel 8 van de WVW 1994 een afzonderlijke verbodsbepaling toe te voegen.

VR 2012/09 De routekaart van Blees

In de zomer van 2010 is Frits Blees gepromoveerd op een proefschrift getiteld: ‘De Weg naar Schadevergoeding in het Internationale Gemotoriseerde Verkeer’. In deze studie wordt een overzicht gegeven van de zestigjarige ontwikkeling van de ‘WAM’ in Europa en het – voorlopig – resultaat daarvan. Juist in de huidige tijd waarin ‘Europa’ in elk nieuwsbericht een prominente plaats opeist en niet meer iedereen doordrongen lijkt van de historische onontkoombaarheid van steeds verder gaande Europese samenwerking, is het interessant om te zien dat de Europese integratie op een weliswaar klein maar voor de dagelijkse praktijk uiterst belangrijk terrein al ver voorbij het ‘point of no return’ is. Het resultaat is een goed lopend systeem of stelsel van met elkaar samenwerkende organisaties en instellingen, dat in dit boek gedetailleerd besproken en hier en daar bekritiseerd wordt door iemand die als waarschijnlijk geen ander in Nederland weet hoe het zit én hoe dat zo gegroeid is.1)In deze bespreking zal blijken dat de titel van de studie misschien iets te veel een praktisch handboek suggereert te zijn, maar voor wie wil weten hoe het stelsel echt in elkaar zit, biedt het boek een overvloed van onderwerpen die elk op zich al stof opleveren voor een grondige en boeiende beschouwing. In het navolgende wordt de opbouw en indeling van het boek besproken. Ik constateer met enige spijt dat de materie niet makkelijker ‘behapbaar’ is gemaakt. Kennelijk is de ‘Europese WAM’ nog even gedrochtelijk als de WAM – waarschijnlijk zelfs erger. De kern van de regelgeving, namelijk ervoor zorg dragen dat er voor slachtoffers van ongevallen die veroorzaakt worden door het gemotoriseerde verkeer een instantie klaarstaat die zorgt voor schadevergoeding, verdwijnt enigszins onder de sneeuw van talloze regels, regelingen, interpretaties en al of niet geoorloofde clausules. Al met al geen lichte kost!

VR 2012/10 Bloedonderzoek.

Nu uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen rechtstreeks de mogelijkheid voortvloeit dat de bloedafname heeft plaatsgevonden binnen een uur na het moment waarop van de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht, en de stukken waarvan de Hoge Raad kennisneemt niet inhouden dat de verdachte is medegedeeld dat hij een tweede bloedafname kon verzoeken, had het hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of de verplichting tot het doen van de mededeling als bedoeld in het derde lid van art. 15 Besluit alcoholonderzoeken is nagekomen, dan wel of de verdachte te kennen heeft gegeven een tweede bloedafname niet te hebben gewild. Nu hiervan niet blijkt, is de bewezenverklaring, inhoudende dat bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, het alcoholgehalte 1,73 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

VR 2012/11 Bewijs van ‘beginnend bestuurder’ bij rijden onder invloed.

Bewijs van ‘beginnend bestuurder’ bij rijden onder invloed.

Pagina's